Praktijkvoorbeeld Summa Automotive

Praktijkvoorbeeld Summa Automotive

Praktijkvoorbeeld Summa Automotive 999 1003 NCP EQAVET

Praktijkvoorbeeld Summa Automotive: het werkveld betrekken bij onderwijskwaliteit

Auteur: Nina van Veldhuizen (NCP EQAVET)
Datum: mei 2024

Wanneer ik in mijn Toyota Yaris uit 2002 onder de slagbomen door rijd, de Automotive Campus op, rol ik letterlijk het werkveld binnen. De plaats ademt vakmanschap, innovatie en vooral: auto’s. Niet veel later duw ik de grote deuren van de locatie van Summa Automotive open – tussen alle studenten in werkbroeken en schoenen met stalen neus – en ook hier draait het maar om één ding; auto’s.
De receptioniste zit druk te bellen, ze plant de herexamens met de studenten in. Via de telefoon moedigt ze de studenten aan en vertelt ze dat als ze goed leren, ze het dit keer zeker zullen halen. Opvallend. Dan komt Giel Kessels, docent op de Automotive opleiding van de trap gelopen, en nodigt me uit verder te komen. Na vijf minuten wordt voor mij duidelijk dat van de receptioniste tot de docent, iedereen betrokken is bij de studenten. Samen als één team met een gedeelde missie. Vanuit het NCP EQAVET zijn we altijd op zoek naar goede voorbeelden die andere onderwijsinstellingen kunnen inspireren. Daarom bezocht ik het Summa College, Automotive. Ik stelde honderd vragen over de onderwijskwaliteit en alle andere mooie dingen die ze hier doen.

Hoe ziet jullie onderwijsconcept eruit?

De studenten werken in periodes van 10 weken, waarbij ze 8 weken aan een project werken en 2 weken de onderwijsperiode afronden met een eventuele toetsing en beoordeling. De meeste onderwijsperiodes werken de studenten samen aan een project. De projecten sluiten aan bij de praktijk, de studenten gaan echt (praktisch) aan de slag met de vakinhoud. In het werkveld worden relevante opdrachten opgehaald die de studenten kunnen doen in de werkplaats van de school, of voor de examens als inspiratie. Belangrijk is dat de ontwikkeling van de student ten allen tijden centraal staat. Het onderwijs draait om meer dan het resultaat: ‘Je moet wel aan eisen voldoen om een diploma te behalen, maar het moment daarvan, mag verschillen tussen de studenten’. Dit zegt veel over de manier waarop er naar kwaliteit gekeken wordt binnen de opleiding: ‘We staan garant voor de basis; alle studenten die hier afstuderen voldoen aan de eisen die gesteld worden. Maar juist de variatie tussen de studenten, de specialisatie en het opbouwen van eigen expertise, vieren we’.

Inmiddels staan we te praten, uitkijkend over een grote praktijkhal met daarin wel twintig kapotte en ook geprepareerde voertuigen waar storingen in gemaakt zijn en werkstations. Ondertussen knalt er muziek uit de radio en sleutelt er een groepje studenten aan één van de auto’s. Een docent staat achter één van de werkstations met zijn laptop, en houdt met een schuin oog het groepje studenten in de gaten. Af en toe loopt er een docent naar het groepje erkende studenten, en kijkt mee onder de kap van de auto.

‘De onderwijsleeromgeving is gebouwd op basis van het onderwijsconcept, die aansluiting is dus heel goed’ vertelt Giel. Het gebouw, de omgeving waar het leren plaatsvindt, is belangrijk. Het docententeam is blij dat ze deze inspirerende omgeving hebben waarin de studenten kunnen leren, en de praktijk kunnen ervaren. Dit vormt dan ook de basis van het onderwijs. Naast de werkplaats zijn er verschillende ruimtes waarin de studenten zelf aan de slag kunnen. Zo is er een soort lab waarin studenten aan de slag kunnen met het ontwikkelen van eigen, kleinere, rijdende voertuigen.

Wat is voor jullie onderwijskwaliteit? Wanneer zijn jullie tevreden over het onderwijs?

Onderwijskwaliteit is wanneer de student het onderwijs leuk en nuttig vindt. Het gaat niet per se om effectiviteit, maar om motivatie en betrokkenheid. De keuzevrijheid van de student staat centraal; de student is zelf eigenaar.

Een voorbeeld hiervan is het Summa Wheeler Dealers project. Studenten worden in groepen opgedeeld en krijgen per groepje een bedrag om een kapotte auto te kopen. Het enige wat vast staat is het doel: de auto moet uiteindelijk door de APK komen. De studenten hebben twintig weken de tijd om de auto te kopen en verkoop klaar te maken. De studenten bepalen zelf de volgorde waarin ze te werk gaan, maar ook het soort auto waar ze aan gaan sleutelen. Volledige keuzevrijheid dus. Aan het einde van dit project worden alle auto’s tijdens een veiling verkocht.

Giel: ‘Voor ons is de vrijheid om het onderwijs in te vullen, passend bij de student, goed onderwijs’. Je moet een student wel leren keuzes te maken, in het begin worden de studenten daarbij veel geholpen. De achtergrond van student maakt daarin uit, bijvoorbeeld op welke middelbare school ze hebben gezeten. Afhankelijk daarvan wordt bekeken of ze meer of minder ondersteuning nodig hebben in het maken van keuzes. Uiteindelijk begint goed onderwijs bij een goede relatie met de student, vanuit gelijkwaardigheid. Giel: ‘Je moet geen vraag stellen aan de student, waar je zelf geen antwoord op wilt geven. Dat is de basis van goed onderwijs’. De relatie tussen de docent en de student is dus gelijkwaardig, Giel noemt dit ook wel professionele vrienden.

Hoe werk je als onderwijsteam samen om deze onderwijskwaliteit te behalen?

Het onderwijs wordt hier nét wat anders gegeven, maar ook de docenten werken onderling nét wat anders samen. Het team opereert heel autonoom en proactief. Docenten mogen zelf invulling geven aan hun werk. Mede daarom werken de docenten niet meer met een jaartaak; er wordt vanuit gegaan dat de docenten zelf weten waar ze hun tijd het beste aan kunnen besteden. De docenten nemen erg veel eigen initiatief.
Het Summa Wheeler Dealers project? Bart Bouwmans, één van de docenten, zit daar achter als drijvende kracht, om dat elk jaar voor de studenten mogelijk te maken. Er wordt veel onderling afgestemd en gezamenlijk, als team, besloten.

Een voorbeeld hiervan zijn de examens. De ingekochte examens bleken niet aan te sluiten bij het onderwijsconcept. Het team signaleerde dit, kreeg de goedkeuring vanuit de onderwijsinstelling en is toen zelf aan de slag gegaan samen met een bureau om examens te ontwikkelen die wél aansluiten bij hun onderwijs en studenten. Resultaat: examens die goed aansluiten op het onderwijsconcept: de examenroute is dichtgetimmerd met eisen, maar de invulling ervan is voor de studenten vrij.

Terwijl we verder praten lopen we, in eerste oogopslag, een standaard klaslokaal in. Een tweede blik leert echter dat dit de ruimte is waar studenten werken aan kleinere, modelvoertuigen. Giel laat me de modellen zien van een waterstof aangedreven auto waarmee de studenten prijzen wonnen in Amerika.

Hoe ziet de samenwerking met het bedrijfsleven eruit?

Het gebouw van Summa staat niet voor niets op de Automotive hotspot van Nederland. Daar weet het docententeam goed gebruik van te maken. Ze proberen op verschillende manieren het bedrijfsleven de leslokalen in te halen en de studenten kennis te laten maken met de nieuwste technologieën en innovaties vanuit de bedrijven. Dat begint bij het aansluiten bij de belevingswereld van het werkveld, en dit in al het contact voorop stellen.

De basis is het informele contact; gewoon even langsgaan, bijpraten en samen een kop koffie drinken. Giel geeft aan dat het van belang is aan te sluiten bij de aard van het bedrijfsleven en op die manier de interactie aan te gaan. Dat is in dit geval dus vooral informeel contact. De relaties worden gelegd op basis van enthousiasme van de docenten, die op eigen initiatief proactief contact zoeken met bedrijven.

De docenten blijven investeren in deze relaties. Ze gaan op zoek naar een soort wederkerigheid in de relatie, dat het bedrijf ook wat terugkrijgt. Zo komen er geregeld bedrijven kijken op school om zo de aansluiting tussen onderwijs en praktijk te optimaliseren. Of vindt er uitwisseling plaats, van mensen of middelen.

Een voorbeeld daarvan is het uitlenen van apparatuur aan bedrijven op de campus. Of in een ander voorbeeld, het uitlenen van studenten. Zo zit er een bedrijf op de campus van een oud-student die het erg druk had op zijn eigen bedrijf. Hij wandelt gewoon even binnen en vraagt of er twee jongens zijn die een dag willen komen helpen. En dat wordt dan geregeld.
Een ander voorbeeld is de actieve LinkedIn pagina die het docententeam bijhoudt. Hierin laten ze zien wat er op school allemaal gebeurt. Ook proberen ze het bedrijfsleven te betrekken bij het onderwijs op deze manier, door hen onder LinkedIn-berichten te taggen en zo aandacht te genereren. Dit heeft al vaker geleid tot leuke samenwerkingen.

Het docententeam heeft de RDW (Dienst Wegverkeer, dé instantie rondom de APK’s) wekenlang getagd op LinkedIn onder verschillende berichten. Op een gegeven ogenblik is de RDW gaan bellen, om te vragen waarom ze zo vaak getagd werden. Na een leuk gesprek is de RDW langsgekomen om gastlessen te verzorgen over het doen van een APK.

Hoe halen jullie input op van het werkveld over de kwaliteit van het onderwijs?

Allereerst gebeurt dit veel informeel. Zo bleek bijvoorbeeld dat elektrische auto’s een groot deel van de opleiding vormen, dit is natuurlijk onderdeel van de grootste innovaties binnen de sector. Echter bleek dat in de praktijk, daar waar de student stage loopt, nog niet veel elektrische auto’s op controle komen, en zij dus de kennis over elektrische auto’s niet altijd kunnen toepassen. Dit is nu dus aangepast in de opleiding.
Daarnaast is er ook geregeld een formeel moment waarbij het werkveld input kan leveren op het onderwijs. Tijdens dit moment werden alle onderwerpen die in de driejarige opleiding aan bod komen, neergelegd op drie verschillende tafels. Vervolgens werd het werkveld gevraagd mee te denken over de volgorde van de onderwerpen en andere onderwerpen die zij belangrijk vinden. Giel legt uit: ‘We hanteren ook een regel: als je iets nieuws wilt toevoegen aan het curriculum, moet er iets uit het curriculum worden gehaald. Dit is een besluit dat alle werkveldpartners moeten goedkeuren’. Dan wordt het daadwerkelijk aangepast in het curriculum.

Giel vat dit alles als volgt samen: ‘Het bedrijfsleven bepaalt wat we leren, de docenten bepalen hoe we het leren’.

Mijn tour wordt vervolgd, en we lopen door de lange gang van het campusgebouw langs een aantal lokalen. Giel grapt dat er ‘helaas’ nog een aantal lessen gegeven worden in deze normale lokalen. Het liefst zou hij alles integreren met praktijkopdrachten.

Welke tips zou je een andere onderwijsinstelling geven voor het opbouwen van een relatie met het werkveld?

Wat Giel betreft is dit antwoord tweeledig. Allereerst is het ontzettend belangrijk tijd en moeite te investeren in de relatie met het bedrijfsleven. Deze relatie is essentieel, maar het opbouwen kost nou eenmaal tijd. Giel illustreert: ‘Er is geen formule hoe je dat doet, dat hangt af van de sector’. Hij benadrukt daarbij, dat de eerste stap altijd bij de school ligt: ‘Jij als school hebt veel te winnen. Bij een nieuw bedrijf krijg je altijd een bak ellende over je heen; veel ervaringen met onderwijsinstellingen zijn niet altijd goed geweest. Onthoud hierbij: het bedrijf heeft altijd gelijk, en je hebt je als onderwijsinstelling dus maar dienstbaar op te stellen’.
Daarnaast geeft Giel aan dat de cultuur heel belangrijk is. Hij onderscheidt hierbij de werknemer (voert uit) en de professional (neemt regie over de taken): ‘Wij zijn professionals. Wij hebben geen jaartaak, en we vullen met enthousiasme en met een proactieve houding onze rol als docent in. Bij vrijheid hoort ook veel verantwoordelijkheid’. Hij legt verder uit: ‘Bij deze manier van werken, zonder jaartaak moet je elkaar kunnen aanspreken en dat blijft soms moeilijk. Er moet veel gebeuren op eigen initiatief, en dat zit hier in de cultuur’. Hij benadrukt het belang van een goede balans in het team: ‘Je bent hier niet meer alleskunner en dat hoeft ook niet. Je moet wél de weg weten naar een expert, die bijvoorbeeld veel weet over elektrische auto’s of waterstof. In het team moet een goede mix zijn tussen docent en inhoudelijk experts.’

Als ik de grote glazen deuren achter me dicht laat vallen, en ik mijn weg terug zoek naar mijn auto, kan ik maar één ding denken: had ik maar op deze manier onderwijs mogen volgen.

Gerelateerde items

  • Alles
  • Bijeenkomsten
  • Onderzoek
  • Publicatie

Data ontwikkeltrajecten schooljaar 2024/2025

Het NCP EQAVET werkt aan het versterken van kwaliteitsborging in het mbo in Nederland. Onderwerpen zijn o.a.: het versterken van kwaliteitscultuur en het leggen van verbinding tussen kwaliteitszorg op instellingsniveau en teamniveau. U kunt de uitkomsten lezen in het rapport.

Deelnemers ontwikkeltraject brengen ideale studentparticipatie in beeld

Het NCP EQAVET werkt aan het versterken van kwaliteitsborging in het mbo in Nederland. Onderwerpen zijn o.a.: het versterken van kwaliteitscultuur en het leggen van verbinding tussen kwaliteitszorg op instellingsniveau en teamniveau. U kunt de uitkomsten lezen in het rapport.

Onderzoek: Hoe bereik je meer onderwijskwaliteit met studentevaluaties?

Het NCP EQAVET werkt aan het versterken van kwaliteitsborging in het mbo in Nederland. Onderwerpen zijn o.a.: het versterken van kwaliteitscultuur en het leggen van verbinding tussen kwaliteitszorg op instellingsniveau en teamniveau. U kunt de uitkomsten lezen in het rapport.

Inspirerende start Ontwikkeltraject Studentparticipatie

Het NCP EQAVET werkt aan het versterken van kwaliteitsborging in het mbo in Nederland. Onderwerpen zijn o.a.: het versterken van kwaliteitscultuur en het leggen van verbinding tussen kwaliteitszorg op instellingsniveau en teamniveau. U kunt de uitkomsten lezen in het rapport.

Terugblik op de Inspiratiemiddag Studentenparticipatie van NCP EQAVET op 7 november bij het Koning Willem I College in Den Bosch

Het NCP EQAVET werkt aan het versterken van kwaliteitsborging in het mbo in Nederland. Onderwerpen zijn o.a.: het versterken van kwaliteitscultuur en het leggen van verbinding tussen kwaliteitszorg op instellingsniveau en teamniveau. U kunt de uitkomsten lezen in het rapport.

Publicatie “EACEA en the European Year of Skills”

Het NCP EQAVET werkt aan het versterken van kwaliteitsborging in het mbo in Nederland. Onderwerpen zijn o.a.: het versterken van kwaliteitscultuur en het leggen van verbinding tussen kwaliteitszorg op instellingsniveau en teamniveau. U kunt de uitkomsten lezen in het rapport.

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.