Van abstract gedachtegoed naar betekenisvol gesprek: werken met dialoogkaarten

Van abstract gedachtegoed naar betekenisvol gesprek: werken met dialoogkaarten

Van abstract gedachtegoed naar betekenisvol gesprek: werken met dialoogkaarten 999 1003 NCP EQAVET

Van abstract gedachtegoed naar betekenisvol gesprek

Hoe zorg je ervoor dat abstracte begrippen als kwaliteit, professionaliteit en ontwikkeling niet alleen worden uitgelegd, maar ook betekenis krijgen in de praktijk? Bij de ontwikkeling van de dialoogkaarten bij Landstede is gekozen voor een eenvoudige, maar krachtige ingang: herkenbare beelden en rollen.

Volgens Marloes de Vos, samen met Erwin Plas ontwikkelaar van de kaarten, zijn abstracte concepten vaak lastig te begrijpen wanneer mensen er voor het eerst mee kennismaken. Door deze te verbinden aan herkenbare beelden ontstaat een concrete ingang tot het onderwerp. Het beeld vervangt het gedachtegoed niet, maar maakt het tastbaarder en toegankelijker. Vanuit die gedachte zijn de kaarten ontwikkeld als hulpmiddel om het gesprek over waarden, professionaliteit en ontwikkeling te voeren.

De wereld van referentiewaarden

In de bijbehorende ‘wereld’ zijn verschillende rollen en waarden zichtbaar: De Ridder en rekenschap, De Kastelein en dialoog, De Herberg en vertrouwen, De Kapitein en eigenaarschap en De Uitvinder en wendbaarheid.

Door waarden te verbinden aan een herkenbare rol en visuele omgeving ontstaat ruimte voor herkenning en interpretatie. Deelnemers kunnen zich afvragen wat een bepaalde kaart bij hen oproept en hoe zij de betreffende waarde herkennen in hun eigen werk. Het gesprek begint daarmee niet bij de vraag of iemand het model begrijpt, maar bij: wat zie jij hierin?

Van beeld naar betekenis

De kaarten zijn vooral bedoeld als hulpmiddel bij een eerste kennismaking met het referentiewaardenmodel. Referentiewaarden MBO zijn gemeenschappelijke standaarden en een methodiek met bijpassende instrumenten. Ze zijn ontwikkeld door het Kwaliteitsnetwerk mbo in opdracht van de MBO Raad en helpen scholen hun onderwijs te verbeteren en aan te passen aan een veranderende arbeidsmarkt. De kaarten helpen om de taal, waarden en begrippen uit het model te leren kennen en eigen te maken, zodat deze meer gaan leven in de dagelijkse praktijk.

Een beeld biedt daarbij een laagdrempelige ingang. Deelnemers kunnen een kaart kiezen die aanspreekt, vragen oproept of juist weerstand oproept. Vanuit die keuze ontstaat een gesprek over wat een waarde in de praktijk betekent. Wat verstaan we bijvoorbeeld onder rekenschap? Wanneer is er sprake van echte dialoog? Wat hebben professionals nodig om eigenaarschap te nemen? En wanneer vraagt een situatie om vertrouwen of juist om wendbaarheid?

Er is daarbij niet één juist antwoord. Verschillende perspectieven maken zichtbaar hoe mensen dezelfde waarde verschillend kunnen interpreteren en ervaren. Daarmee ontstaat ruimte voor reflectie en gezamenlijke betekenisgeving. De kaarten helpen zo om een abstract begrip eerst herkenbaar te maken, vervolgens betekenis te geven en daarna te verdiepen.

Van individuele reflectie naar gezamenlijke dialoog

De kaarten kunnen ook verschillen tussen professionals zichtbaar maken. Waar de ene persoon zich sterk herkent in een bepaalde waarde, kiest een ander misschien een heel andere kaart. Dat verschil vormt een natuurlijke aanleiding om ervaringen en opvattingen over professioneel handelen te bespreken.

Zo kan worden onderzocht welke waarden belangrijk zijn in het eigen handelen, welke waarden binnen een team sterk aanwezig zijn en waar mogelijk ontwikkeling nodig is. De kaarten vormen daarmee een brug tussen het gedachtegoed en de dagelijkse praktijk.

Wat vraagt dit van onderwijskundig leiderschap?

Voor onderwijskundig leiderschap biedt deze manier van werken een concrete ingang voor professionele dialoog. De rol van de leidinggevende is daarbij niet om de betekenis van een waarde vooraf vast te leggen, maar om vragen te stellen, verschillende perspectieven zichtbaar te maken en professionals uit te nodigen zelf betekenis te geven.

Dat vraagt onder andere om:

  • abstracte begrippen te verbinden aan de dagelijkse praktijk;
  • ruimte te creëren voor verschillende perspectieven;
  • vragen te stellen in plaats van direct antwoorden te geven;
  • reflectie te verbinden aan professioneel handelen;
  • professionals te ondersteunen bij het vertalen van waarden naar de eigen praktijk.

De dialoogkaarten laten daarmee zien dat kennismaken met abstract gedachtegoed niet altijd hoeft te beginnen met een theoretische uitleg. Een beeld kan juist de nieuwsgierigheid prikkelen en een gesprek op gang brengen.

Het beeld is daarbij niet het eindpunt, maar het startpunt: het beeld maakt het gedachtegoed toegankelijk, de dialoog geeft het betekenis en de professional vertaalt het naar het eigen handelen.

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.